Interview over De Dialoog van Catharina van Siena

Ik mocht een interview geven over De Dialoog van Catharina van Siena.
Het is hier te beluisteren.

En eronder mijn voorbereiding in de vorm van een lezing. Het interview is toch weer heel anders qua opzet.

Catharina van Siena – De Dialoog

Inleidend woord

Catharina van Siena leefde van 1347 tot 1380. Een tijd van verval en verdeeldheid in de Kerk en de verschrikkelijke gevolgen van de pest die een derde deel van de bevolking wegvaagde. Catharina is een van de lichtpunten van de veertiende eeuw. Door haar geestelijke helderheid, haar diep beleefde religiositeit en haar radicale beleving van het evangelie was zij sterk betrokken op haar lijdende medemens en de lijdende Kerk. Dat zelfs de paus door haar werd bewogen zijn rol als ‘Christus op aarde’ op te nemen en vanuit Avignon terug te keren naar Rome is historisch en een kerklerares waardig. De Dialoog, de weergave van de tweegesprekken met God en Catharina, is ontstaan vanuit een diepe mystieke ervaring van God die steeds opnieuw mensen in vuur en vlam weet te zetten.
Catharina is, samen met Brigitta van Zweden en Edith Stein, een van de drie vrouwelijke patroonheiligen van Europa, en een van de vier vrouwelijke kerkleraressen. Teresa van Avila, Theresia van Lisieux en Hildegard von Bingen zijn haar medestanders in dezen.

Een kerkleraar heeft vier kenmerken: hij of zij is recht in de leer, dat betekent dat ze verbonden waren met het leergezag van de Kerk. Zij hebben een heilig leven geleid, wat betekent dat zij de christelijke deugden heldhaftig hebben beoefend. Hun theologie, hun mystiek getuigenis of hun spiritueel leiderschap moet uitmuntend zijn, en tenslotte moeten zij uitdrukkelijk door de paus of de pauselijke congregatie voor de heiligverklaringen tot kerkleraar of kerklerares zijn uitgeroepen. Zo kun je stellen dat de geschriften van Catharina van Siena, De Dialoog, haar brieven en haar gebeden uitmuntend de leer van het katholieke geloof bevatten.

Eerder heb ik van een pater vernomen, dat elke kerkleraar of -lerares ook een bijzonder aspect van de theologie nader belicht en dat de Kerk dat wil laten uitkomen en hem of haar daarom onder de aandacht brengt. Ik denk dat het bij Catharina gaat om de verlossende rol die Jezus Christus heeft, Jezus als de brug tussen hemel en aarde, beter nog tussen God en de mens.

Ik wil in deze lezing enkele aspecten van de leer uit de Dialoog aan bod laten komen.

Ik zal beginnen met het belangrijke beeld van de Brug, die uit drie treden bestaat.

Verder zal ik nog bespreken de drie krachten van de ziel, het juiste inzicht en de deugden, die allen via de naasten verkregen worden, het verschil tussen het Oude en Nieuwe Testament, het gebed, de rol van de priester en de rol van de dienaren van God

De Brug

Jezus Christus, God en mens, is de brug waarover de mens moet gaan om naar de hemel te komen. Haar beginpunt is op aarde, haar eindpunt in de Oceaan van Vrede, die God is. Onder de brug loopt de rivier die naar de hel leidt. Alle mensen moeten uit de rivier klimmen, de brug op gaan lopen of rennen, zoals Catharina het het liefste ziet. Dit houdt in dat zij de eigen zinnelijkheid, de eigenliefde achterlaten, die hen tot doodzonden en uiteindelijk de hel leidt, en omhoog gaan klimmen, via eerst de voeten van Jezus. De ziel ontdoet zich hier van het kwaad, ze tilt haar voeten op uit de aanlokkelijkheden van de aarde. Dit kan uit angst zijn voor de straffen die op haar zonden zouden volgen, maar ook door de aansporingen van mensen die de ziel de juiste weg tonen. Voeten dragen normaalgesproken het lichaam en de voeten van de ziel zijn haar genegenheid, haar geneigdheid en streven die haar verdere weg gaan dragen. Wanneer ze eenmaal bij de doorstoken voeten van Jezus is aangekomen, deze trede is opgeklommen, en ze dus uit de rivier van de doodzonden is gestapt, ziet ze met de blik van haar verstand de volgende trede: de zijde, oftewel het hart van Jezus. Ze proeft zijn liefde en wordt er als het ware door verteerd. Ze oefent zich een hele tijd in de deugden, om Jezus’ liefde na te bootsen. De brug, zo zegt Catharina van Siena is gebouwd uit deugden, goede daden als vriendschap, geduld, edelmoedigheid, etc. Deze deugden zijn door het bloed van Jezus aan elkaar gemetseld. De deugden krijgen voor ons een verlossende waarde doordat Jezus aan het Kruis ter verzoening voor ons is gestorven. Het is een moeizame weg, maar wees niet bevreesd, want ook de weg onder de brug, de rivier is een weg van lijden, hoewel het soms lijkt alsof de mensen daar alle plezier van de wereld hebben. De ziel is in deze fase vervuld van de liefde van Jezus, die zelf geen enkel voordeel heeft bij zijn weggevende liefde. De ziel is er vervuld van liefde, omdat ze zichzelf zo geliefd weet. Op de brug bevindt zich ook een herberg, een gasthuis, de heilige Kerk, die het Brood van het Leven in bewaring heeft en uitdeelt en het Bloed te drinken geeft, zodat de schepselen op hun pelgrimsreis niet uit vermoeidheid zouden opgeven. Na de tweede trede reikt de ziel naar de laatste trede, de mond van Jezus, in deze fase is zij vrij van eigenliefde en verenigd met de liefde van Jezus, ze mag Hem als het ware kussen en doet alleen nog maar de wil van God. In deze fase is de brug opgeheven, raakt niet meer de grond van de aarde, net als toen Jezus kruis’ opgeheven werd. Catharina zegt daarmee dat het lijden de ziel niet meer raakt.
Niemand kan tot de Vader komen tenzij door Mij. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Het beeld van de Brug laat zien dat jouw verlossing een weg is, die is opengesteld door de Kruisdood en de Verrijzenis van Jezus, maar die je wel zelf moet opgaan, rennend het liefst, dronken van liefde voor Hem en de wil van Zijn Vader. God zegt aan Catharina dat Hij ons wel zonder onze medewerking heeft geschapen, maar dat Hij ons niet zonder onze medewerking wil herscheppen. Na de zondeval was deze herschepping nodig.

Nadat Jezus ten Hemel was gevaren, liet Hij ons niet verweesd achter, maar stuurde de heilige Geest, de Paracleet, die ons nog duidelijker de weg van de Waarheid wijst.

voorlezen: blz. 75 “Ik gaf jullie – de mildheid van zijn eigen wezen.

De drie krachten van de ziel, het juiste inzicht, en de deugden die allen via de naaste verkregen worden

In de Dialoog is kennis en inzicht heel belangrijk om in beweging te komen.

Het verstand is daarom de eerste kracht van de ziel. Heel vaak zegt God tegen haar: Open het oog van je verstand. Daar heb ik toen ik dit voor het eerst hoorde, dagen over lopen nadenken, het oog van je verstand, staat dat dan niet altijd open? Hoe open je die dan? Ik denk dat het een kwestie van richten is. Richt je verstand op God, zodat je kunt inzien wat Hij wil zeggen. Dan krijg je als het ware een inzicht: namelijk dat God jouw schepper is, en dat jij er alleen maar bent dankzij Hem. Dat jij eigenlijk niets bent, en daarom ook nietig en zwak in je doen en laten. Zij noemt dit de ware zelfkennis, de nederigheid, die de bron van alle deugden zal zijn. Want naast deze nederigheid zie je dan in, dat God jou uit liefde geschapen heeft, en wel om tot grote hoogte te komen. Dat Hij Jezus tot God-mens heeft gemaakt om jou te herscheppen, en dat jij zo noemt zij het ook goddelijk bent. Dit tweespan, je grote waardigheid en in feite je niets zijn, brengt je tot grote dankbaarheid. Het verstand, de eerste zielekracht, brengt dan de volgende zielekracht tot leven: de wil. Je wilt dan Zijn liefde teruggeven, maar beseft dat Hij niets nodig heeft, en je Hem niets kunt geven. Dat geeft je dan weer een volgend inzicht, namelijk dat je de liefde die je van God hebt gekregen door kunt en hoort geven aan je naaste, je medemens, op alle mogelijke manieren waar diegene behoefte aan heeft, in gebed en in goede daden, door middel van de deugd die jij als belangrijkste hebt gekregen, die alle andere deugden dan weer meetrekt. God heeft de mensen zo geschapen, dat zij elkaar nodig hebben, door de ene dit talent te geven en de andere die deugd. De laatste zielekracht die je nodig hebt is je geheugen. In de strijd van het leven, in de tegenstand van je eigenliefde, je naaste en die van de duivel, heb je deze zielekracht nodig om je er altijd aan te herinneren wat God voor jou heeft gedaan, om zo standvastig te blijven in de stormen die zullen komen.

Wanneer de drie zielekrachten verenigd zijn en op God gericht blijven, dus je verstand, je wil en je geheugen, dan zul je de Brug oprennen en alle deugden via je naaste verkrijgen en de zee van Vrede bereiken.  

Over de zielekracht van de wil is nog te zeggen, dat deze altijd getrokken wordt door liefde. Wij zijn uit liefde geschapen en worden alleen maar door de liefde aangeraakt. Als deze wil zich laat verwarren door de schittering van de wereldse liefde, door het geld, of de schoonheid van wereldse zaken, of macht, dan zal zij met alle kracht daarnaar streven. Dat is een ongeordende liefde voor de wereld, die leidt tot de dood van de ziel. Zo moet het verstand en het juiste inzicht over wie God is en wie de mens is, die wil sturen, om op de goede weg te raken en te blijven.

In de Dialoog legt God Catharina goed uit hoe de deugden via de naasten verkregen worden, namelijk door hun tegenovergestelde: de deugd van het geduld wordt aangetoond wanneer je te maken hebt met iemand die ongeduldig is. Hoe kun je zeggen dat je standvastig bent, als je je goedheid niet vol kunt houden bij iemand die erg lastig is?

voorlezen: blz. 109 De ziel kan niet – dat het verstand ze ziet en lief wil hebben.

Het verschil tussen het Oude en Nieuwe Testament

Omdat Catharina in een visioen vele mensen ziet die wel trachten uit de rivier te klimmen, maar toch weer terugvallen, legt God uit waarom zij niet sterk genoeg zijn:

Dat zijn mensen die uit slaafse angst uit het braaksel van de doodzonde zijn opgestaan, maar niet verder zijn gestegen tot de liefde voor de deugd. Zij geven het op en vallen terug.
Zo was ook de wet van het Oude Testament er een van slaafse angst voor straf. Deze angst is niet toereikend om de hemel te bereiken, ze zal gepaard moeten gaan met heilige vrees voor God en liefde voor de deugd.

De nieuwe wet is de wet van de liefde en deze is gegeven door het Woord, Gods eniggeboren Zoon. Ze verbreekt de oude wet niet, maar vervult haar. Hij verenigde de wet van de angst met de wet van de liefde, waarmee de onvolmaaktheid van de angst werd weggenomen en de volmaaktheid van de heilige vrees gebleven is. Daarmee bedoelt Hij: de vrees om God, het hoogste goed, te beledigen in plaats van de angst voor eigen verwerping. Door de komst van Gods zoon werd de straf voor de gepleegde zonden weggenomen, oftewel niet meteen uitgevoerd, en daarom was er geen noodzaak meer voor slaafse angst. Zolang de mens leeft heeft hij een tijd van barmhartigheid, een overvloed aan barmhartigheid, gekregen, waarin God alles zal doen om hem of haar te redden. De mens is dan geroepen om uit de slaafse angst op te staan en tot heilige vrees voor God te komen.

In de toestand van de slaafse angst verzamelt de mens zijn krachten geheugen, verstand en wil, om haar slechte daden te herinneren, de straf te zien met haar verstand en haar wil in te zetten om deze slechte daden te vermijden. Wanneer een mens zich zo oefent in het leren kijken naar de vrucht van de deugd en de liefde die God de ziel toedraagt, kan ze toegroeien naar het opklimmen naar liefde en genegenheid, zonder slaafse vrees. Toch zijn er jammer genoeg veel mensen die hun tocht erg langzaam aanvangen en hun schuld in zulke kleine beetjes terugbetalen, dat ze plots flauwvallen, want iedere wind vangt hun zeil en blaast hun boot terug. Zij arriveren niet bij de tweede trede van het hart van de gekruisigde Christus, omdat zij de eerste trede van de Brug onvolmaakt beklimmen.
In het verder klimmen moet de ziel groeien uit een toestand van onvolmaakte liefde naar volmaakte liefde. Wanneer God zich zo af en toe qua gevoel van hen weghoudt, dan vallen zij terug, want zij houden teveel van Zijn vertroostingen. God doet dit om hen te laten groeien in zelfkennis en ware liefde, om hen tot volmaaktheid te brengen. Omdat zij nog onvolmaakt zijn, laten zij in dorre tijden de naastenliefde en de gebedsoefeningen verslappen. Het is nog een liefde die slechts gebaseerd is op eigen voordeel. Het verlangen naar de volmaaktheid moet hun hun eigen onvolmaaktheid in laten zien, of anders keren zij terug, geven zij op. Om het eeuwige leven te bereiken zul je een zuivere liefde moeten hebben, die niet naar de eigen belangen kijkt, want dat zou nog een koopmansliefde zijn. Terwijl de Heer onze vriend wil zijn of je zelfs tot op de liefde van een zoon of dochter wil laten opstijgen. Waar twee vrienden één ziel hebben, daar kan geen geheim tussen hen in staan.

voorlezen, p. 127

Het gebed

“Wanneer de ziel op de weg van de leer van de gekruisigde Christus is gekomen, met een ware liefde voor de deugd en een afkeer van het kwaad, en bij het huis van zelfkennis is gekomen en daar naar binnen is gegaan, dan blijft ze daar, met de deur ops lot. Ze waakt en is voortdurend in gebed en volledig afgescheiden van de vertroostingen van de wereld.”

In een vergelijking met de twaalf apostelen die na de Hemelvaart zich in een huis opsloten, wakend en biddend, wachtend op de heilige Geest, wordt het belang van het gebed uitgelegd.

Een levend geloof herken je aan volharding in de deugd en in het feit, dat de ziel niets uit de weg gaat en het gebed om geen enkele reden opgeeft, tenzij uit gehoorzaamheid of naastenliefde. Het heilig gebed, gebracht in het huis van zelfkennis en de kennis over Mij, opent het oog van het verstand voor het licht van het geloof. Zij laat het dorsten naar de overvloed van mijn liefde, die voor jullie zichtbaar werd in mijn eniggeboren Zoon, die het jullie met zijn bloed toonde. Dit bloed maakt de ziel dronken en ontbrandt haar met het vuur van de goddelijke liefde door haar het voedsel van het sacrament te schenken. De Kerk schenkt dat sacrament uit door middel van haar gewijde bedienaren. De ziel onderscheidt dat het Bloed uit liefde is vergoten. Daarvan wordt ze dronken en gloeit ze van heilig verlangen en verzadigt zichzelf door vol liefde voor Mij en haar naaste te worden.

Zo’n vurigheid kan niet verkregen worden uit alleen maar mondeling gebed. De ziel moet groeien van mondeling naar innerlijk gebed van hart tot hart. Maar met mondeling gebed moet zij beginnen en in fases groeien, en toch ook het mondeling gebed blijven volhouden.

Het innerlijk gebed verkrijg je door tijdens het mondeling gebed je geest tot Gods liefde op te heffen. In het besef van je eigen fouten en de beschouwing van het bloed van mijn eniggeboren Zoon, waarin je de breedte van Gods liefde en de kwijtschelding van je zonden vindt. Dat is dus weer het juiste inzicht: je plaats weten, weten dat je uit je zelf niets kunt, maar ook dat God je zeer liefheeft en alles heeft vergeven en je een grote waardigheid heeft verleend. Dan sta je sterk in de strijd tegen de duivel, die je enerzijds probeert te vernederen en anderzijds hoogmoed probeert in te praten. Je kunt veel leren tijdens het gebed, want de ziel zal zich aan God vast kunnen maken met het licht van het verstand. En hoe meer ze weet, hoe meer ze lief zal hebben en door die liefde proeft ze veel. Volmaakt gebed is dus bepaald, niet door de hoeveelheid woorden, maar door de mate van verlangen, waarmee de ziel zich naar God toeneigt, door haar zelfkennis en de kennis van Gods barmhartigheid, die elkaar gekruid hebben.

Alles wat je doet om de zielen te redden is in feite gebed. De liefde is zelf doorlopend gebed.
Wanneer de ziel dit gebed heeft volgehouden en op God gewacht heeft, zal Hij met het vuur van de naastenliefde bij haar terugkeren. Door de naastenliefde verkrijgt ze haar deugden, terwijl ze volhardend in het huis der zelfkennis en ware kennis over God verblijft, door de naastenliefde deelt ze in de wijsheid van de Zoon van God, waardoor ze het bedrog van de eigenliefde inziet, en de onvolmaakte liefde voor de vertroostingen. Ze kent ook de kwaadheid en de listen van de duivel. Dan heeft ze deel aan Gods wil door deze liefde, die van de heilige Geest komt, en verlaat ze, net als de apostelen het huis, om de deugden aan haar naaste te brengen. Ze verliest haar angst om van eigen vertroostingen verstoken te zijn. Dat is de vierde fase, de liefde van de Zoon, het is de volmaaktheid.

voorlezen blz 138/139

De rol van de priester en de rol van de dienaren van God

Een van de waardevolle inzichten in De Dialoog vind ik dat God ons via Catharina vertelt hoe wij onze priesters moeten waarderen. En dat wij zelf eveneens van waarde zijn voor onze naasten, door ons gebed, door ons voorbeeld van leven en onze woorden die het goede, de deugd aanprijzen en het slechte, de zonde afwijzen. Wij zijn voor hen een middel tot heiliging, dat moeten wij ons beseffen. Wij mensen zijn tot uitmuntendheid gebracht door de vereniging die God heeft gemaakt van zijn Godheid met de menselijke natuur. Er staat dat wij daardoor zelfs een grotere waardigheid en voortreffelijkheid hebben dan de engelen, omdat God de menselijke natuur aannam en niet die van de engelen. God is mens geworden en de mens is God geworden door de vereniging van de goddelijke natuur met jullie menselijke natuur.

De priesters worden geïntroduceerd door te wijzen op het Sacrament van de Eucharistie. In het bijzonder heeft God de priesters uitgekozen ter wille van onze redding, zodat door hen het bloed van het nederige en onbevlekte Lam, mijn eniggeboren Zoon, aan ons uitgereikt kan worden. De heilige communie wordt uitgelegd in het beeld van de Zon. Gods Zoon is één zon, geheel God en geheel mens, een met God de Vader. De kracht van God de Vader is niet afgescheiden van zijn Wijsheid, en ook de vurige warmte van de heilige Geest is niet gescheiden van de Vader en van de Zoon. Aan de Zoon wordt de wijsheid toegeschreven, en daardoor ontvangen Gods bedienaren, de priesters, het licht van de genade, zodat zij dit licht aan anderen kunnen uitreiken in dankbaarheid voor al het goeds dat zij van Mij, de eeuwige Vader, ontvangen hebben. Wij mogen in het sacrament, dit allermooiste sacrament, de gehele God ontvangen, verborgen onder de blankheid van het brood. Want zoals de zon niet verdeeld kan worden in licht, warmte en kleur, zo kan de gehele God en de gehele mens niet van elkaar gescheiden worden in de witte mantel van de hostie. Wij krijgen persoonlijk deel aan het Licht door de genade, die we door dit sacrament ontvangen, in de mate van het verlangen, waarmee je je er zelf toe zet Het te ontvangen.

“Lieve dochter, zet het oog van jouw verstand wijd open en kijk in de afgrond van mijn liefde. Bij geen enkel rationeel schepsel zou het hart niet smelten, wanneer het naast alle andere goede dingen, die ze van Mij krijgt, het bijzondere cadeau, dat ze in dit sacrament ontvangt, overdenkt en beschouwt.”

“Zie lieve dochter, in welke uitstekende staat de ziel zich bevindt, die dit Brood van Leven, het Voedsel van de engelen, ontvangt zoals ze het zou moeten doen. Door dit sacrament te ontvangen verblijft ze in Mij en Ik in haar, zoals de vis in de zee en de zee in de vis. Zo verblijf Ik in de ziel en de ziel in Mij, de Zee van Vrede.”

Dit alles heeft God Catharina gezegd om de waardigheid, waartoe Hij zijn bedienaren geroepen heeft, beter te herkennen. Zijn zijn Gods gezalfden en Hij noemt hen zijn Christussen (ik moest het in de vertaling veranderen naar Christusdragers van de priester die mij hielp met de redactie, maar eigenlijk staat er Christussen), omdat zij de taak hebben gekregen God aan de mensen uit te reiken. God heeft hen “als geurende bloemen in het mystieke Lichaam van de heilige Kerk geplaatst.” God eist daarom van hen reinheid en liefde, zoals hij dat bij alle zielen doet, maar nog meer bij hen. Hij eist meer liefde voor Hem en voor zijn medeschepselen. Zij  horen met vurige liefde en met honger naar de redding van de zielen, ter eer en glorie van Gods Naam het Lichaam en Bloed van Gods eniggeboren Zoon uit te reiken.

De priesters zijn het meer waard geliefd te worden vanwege het goede en de waardigheid van het sacrament, vanwege de taak die God hun in handen heeft gelegd. Als je ziet dat zij tekortschieten, bidt voor hen, en betoon hun eerbied uit liefde voor God, die jullie hen gezonden heeft, en uit liefde voor het genadeleven dat jullie door deze grote schat ontvangen.

Dat is dus de rol van de priesters.

Ik wil afsluiten met het voorlezen van de laatste bladzijde (224) waar Catharina God smeekt de Kerk te hervormen, en ons te herscheppen.

2 gedachtes over “Interview over De Dialoog van Catharina van Siena

  1. Pingback: Interview over De Dialoog van Catharina van Siena | Geef Mij je liefde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s